Zwemmen (deel 2)

Grond onder mijn voeten

“Zoek rust, mijn ziel, bij God alleen, van Hem blijf ik alles verwachten. Hij is mijn Rots en mijn Redding, mijn Burcht, ik zal niet wankelen. Bij God is mijn redding en mijn eer, mijn machtige Rots, mijn schuilplaats is God. Vertrouw op Hem te allen tijde, open voor Hem uw hart, God is onze Schuilplaats.” {Psalm 62:6-9}

Hoe is het mogelijk dat een periode van rust, tegelijkertijd zo stressvol kan zijn? Ik realiseerde me dat hoe ik mezelf zag, was voor het merendeel gebaseerd op wat ik deed en op dit moment deed ik niet zoveel. Ik werkte als een receptionist (niet precies de grote ambitie/carrière baan) en moest de vraag ‘wat is je plan?’ of ‘hoe lang blijf je hier nog?’ en ‘wat doe je nu?’ vaak beantwoorden. Niet de makkelijkste vragen als je geen idee hebt wat het plan is en ik mezelf al zag als een complete mislukkeling. En dus begon ik de mensen, en hun vragen, te ontlopen en trok mezelf terug in mijn kamer. Mijn kamer werd mijn wereld.

Maar in deze periode van rust, begon ik meer en meer te luisteren naar God en wat Hij fluisterde in mijn ziel. Hij zei ‘IK HOU VAN JOU’, ‘JE BENT GEEN MISLUKKELING’, ‘VERTROUW MIJ’, ‘KOM EN ZIT IN MIJN AANWEZIGHEID’. En ik luisterde naar Zijn woorden en begon te ontdekken dat het Zijn liefde was waar ik naar hunkerde niet Zijn goedkeuring. Alhoewel ik altijd gewerkt had om Zijn goedkeuring te krijgen, realiseerde ik me nu dat ik dat nooit zal bereiken hoe hard ik het ook probeerde. Maar Zijn liefde en genade zijn er altijd voor mij. Nou, dit was de mooie, warme gedeelte van mijn ontdekking, de andere helft was wat minder mooi. God begon mij te wijzen op leugens en kronkels in mijn hoofd. Ik moest stoppen met het beschuldigen van anderen voor waar ik nu was in mijn leven en erkennen dat het allemaal te maken had met wat er zich in mijn hoofd afspeelde. Het was niet het werken in ministry dat mij zo had uitgeput en het was niet de druk van College dat me over de rand geduwd had. Het was het constante gevoel dat ik niet goed genoeg was, dat ik bleef streven naar goedkeuring, van God, maar ook van mensen, iets dat onbereikbaar is. En plotseling was er niemand meer te verwijten dan mijzelf en de enige oplossing was dat toestaan dat God aan mijn hart ging werken.

Beetje bij beetje zag ik hoe mijn gedachten mij hadden beïnvloed en realiseerde ik me ook dat ik dit niet kon oplossen. Die weg had ik geprobeerd en ik eindigde bijna verdronken. Het was hier dat God me liet zien dat er maar een weg is, de weg van Genade. De onverdiende gunst die Hij mij wilde geven, want Zijn Zoon stierf daarvoor. Ik realiseerde me meer dan ooit dat ik Zijn genade nodig heb, dat Hij van mij houdt, onvoorwaardelijk, zelfs waar ik mezelf bevond op dit moment.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*